Innovatie is mensenwerk

Nieuwe producten en vooruitgang vragen om samenwerking

Veel mensen kijken met spanning uit naar de brief van het Kabinet over de topsectoren. In deze brief geeft het Kabinet de koers aan van het nieuwe innovatiebeleid. En vooral spannend is hoe het Kabinet plannen gaat financieren. Vraag is: zal het nieuwe Kabinet echt verandering brengen in de innovatiekracht van Nederlandse bedrijven?

Het Kabinet lijkt geleerd te hebben van het verleden. Geen stuurgroepen  meer die rapporten produceren. Maar dit keer is advies gevraagd aan het  bedrijfsleven. Dat mocht opschrijven wat ze nodig heeft om Nederland een  topspeler te laten zijn in de wereld. Wonderlijk is dat deze adviezen ouderwets  dik zijn. Het advies van de topsector Agro&Food bijvoorbeeld bedroeg meer  dan 100 pagina’s.

Maar ik vind het eigenlijk niet zo spannend. Simpel omdat ik niet  geloof in een sturende rol van de overheid als het gaat om innovatie. De overheid is vaak een vertragende factor. Terwijl innovatie juist vraagt om  versnelling en creativiteit.

De vraag is:  wat is de rol van  de overheid? Naar mijn idee is dit een afgeleide van de rol van bedrijven en  kennisinstellingen. Innovatie vraagt om samenwerking tussen die twee. De  overheid heeft een bijrol.

Daarom eerst maar kijken naar de rol van bedrijfsleven en kennisinstellingen.

MKB

Praktijkvoorbeelden leren dat we nog verder moeten ontleden. Want de  innovatieagenda van een multinational is heel anders dan van een MKB-bedrijf.  Waarbij ik direct aanteken dat ik meer geloof in de innovatiekracht van MKB’ers  dan van multinationals. Heel vaak wordt als vanzelf gekeken naar grote  bedrijven als het gaat om innovatie. Maar naar mijn idee onterecht. MKB  bedrijven hebben veel te winnen; met innovatieve producten zijn ze de vele  concurrenten voor. Multinationals zijn vaak bezig met meer van hetzelfde.

Innovatie vraagt om samenwerking. Omdat innovatie voortkomt uit het  delen van ideeën. Hiervoor is vertrouwen nodig. Juist MKB’ers zullen mensen  buiten hun organisatie moeten vertouwen om kennis en ideeën te delen. En daar  ligt nu juist een hindernis. Kennis en ideeën geef je niet zomaar prijs. En  worden daarom lang geheim gehouden. Open innovatie wordt vaak gepropageerd,  maar is zeker voor MKB’ers geen automatisme. En begrijpelijk.

Er is nog een hindernis voor innovatie in het MKB: namelijk de bron van  nieuwe kennis. Kennis is de basis voor nieuwe ideeën en nieuwe producten. En dé  plek waar veel kennis wordt ontwikkeld is de universiteit. Maar MKB’ers komen   niet zo vaak bij een universiteit. Simpel omdat ze er meestal niet gestudeerd  hebben. En mede daarom de weg niet weten naar een universiteit. Het is niet  badinerend bedoeld. Maar ik merk het heel vaak. Een universiteit is voor velen  een burcht, bewoond door mensen die moeilijk te benaderen zijn. En vergeet  niet, universiteiten hebben zelf ook heel lang hun poorten dichtgehouden. En  nog vinden universiteiten het moeilijk te investeren in een goede entree. Vind  maar eens een telefoonnummer van een universiteit om een afspraak te maken. Dat  valt niet mee.

Onderzoek

Maar er is nog een reden. MKB’ers vragen om praktische oplossingen voor  hun problemen en uitdagingen. Universiteiten zoeken een antwoord in de vorm van  onderzoek. Dat duurt minstens twee jaar voordat het praktische oplossingen  oplevert. En daar heeft een MKB’er geen geduld voor. Het ligt daarom meer voor  de hand dat MKB’ers voor kennis en ideeën aankloppen bij de instelling waar ze  zelf zijn opgeleid: een mbo- of een hbo-instelling.

Maar hbo en mbo instellingen moeten nog veel investeren in kennis en  onderzoek. Het hbo investeert sinds enkele jaren in lectoraten, leerstoelen aan  een hbo, waar lectoren zich bezighouden met onderzoeksprogramma’s. Ook gaan  hbo-instellingen zich richten op bedrijven door het ontwikkelen van  transfer-faciliteiten: een makkelijke entree voor ondernemers door ze te  verbinden aan de mensen in het onderwijs die kunnen helpen voor het uitwerken  van ideeën en verbeteren van producten.

Binnen het mbo zijn ze nog niet zover. Vooral ROC’s hebben hele andere  zorgen aan hun hoofd. Zoals voortijdig schooluitval. Kennis en onderzoek staan  niet hoog op de agenda. Al is het bij vakscholen anders. Gelukkig zijn er in  het mbo nog vakscholen blijven bestaan. Die hebben nog binding met het  bedrijfsleven. MKB’ers weten deze vakscholen goed te vinden en bieden plaats  aan stagiairs.

Het is niet voor niets dat veel MKB-bedrijven of clusters van bedrijven  mogelijkheden onderzoeken om een vakschool op te richten. MKB’ers hebben groot  belang bij goed opgeleide mensen. Zonodig willen ondernemers hun eigen mensen  opleiden.

Conclusie

Innovatie in het MKB vraagt om investering in onderwijs. Maar ik pleit  wel voor meer vakonderwijs. En publiek vakonderwijs. Dat is naar mijn idee een  goede investering in kennisontwikkeling en vooral ook kennisdeling. Privaat  onderwijs houdt de deuren gesloten, die juist open moeten gaan.

Ik hoop dat ik dit zal lezen in de brief van de Minister van  Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Maar daarvoor zal hij wel moeten samenwerken met zijn collega Minister van Onderwijs. Daarom dit keer geen  geruzie over potjes geld, maar Kabinetsbeleid dat het belang van ondernemers  voorop stelt.

En vervolgens is er veel nodig om onderwijs en ondernemers bij elkaar  te brengen. Daar kan de overheid in faciliteren. Niet éénmalig, maar voortdurend. Om hindernissen weg te nemen en deuren te openen. Samenwerking is nodig voordat ondernemers kunnen gaan innoveren. Het blijft mensenwerk.

Deze blog is gepost in Uncategorized. Bookmark de permalink. Volg alle reacties hier met de RSS feed voor dit blog. Plaats een reactie laat een trackback achter: Trackback URL.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Website by WoodandShoes