Netwerken binnen de overheid (2) – een definitie

Door Arnoud  Leerling

Mijn vorige column was een pleidooi voor netwerken binnen de  overheid. Ik pleit voor een overheid die zich aanpast aan de ontwikkelingen in  de maatschappij. In de afgelopen decennia is vaak geprobeerd dit te doen door  de structuur aan te passen.

Het resultaat is teleurstellend. Het ontwikkelen  van netwerken door middel van samenwerking is heel goed mogelijk, zonder de  structuur van de overheidsorganisatie aan te passen.

Ik heb aangegeven dat de overheidsorganisatie  ingericht moet zijn op het organiseren van netwerken, wil ze een betrouwbare
partner zijn voor andere partijen om netwerken te organiseren, waarin overheid,  bedrijven en kennisinstellingen samenwerken.

Maar ik besef dat sommigen eerst antwoord op de  vraag willen: passen netwerken en overheid wel bij elkaar?

Naar mijn overtuiging wel. De overheid lijkt dan vaak in  zichzelf gekeerd, de noodzaak van samenwerking tussen overheden en tussen de
overheid en bedrijven, wordt eerder groter dan kleiner. Het geldt voor  gemeenten, maar net zo goed voor de Rijksoverheid. Bij herhaling wordt het  belang onderstreept van samenwerking tussen departementen. Vooral omdat  problemen complexer worden en burgers meer eisen stellen.

Spinnenweb

En dan is er natuurlijk de logische vraag: wat is  eigenlijk je definitie van netwerken?

Mijn definitie is eigenlijk heel eenvoudig: het   verbinden van personen uit verschillende organisaties. Netwerken is als het  bouwen van een spinnenweb. Het begint vaak klein door 2 mensen te verbinden. Vervolgens  kan deze alliantie zich ontwikkelen tot een uitgebreid verband. Dit noem ik een  netwerk.

Nieuw aan deze manier van organiseren is dat het  eerder decentraal dan centraal in een organisatie tot stand komt. Hiervoor moet  ruimte zijn en worden geboden door het management.  Controle zal ingeruild moeten worden voor  support, in de verwachting dat mensen in een organisatie kapitaal vormen dat je  kunt ontwikkelen.

Nieuw is ook dat het klein begint. Wat mij vaak  opvalt en ook stoort, is dat reorganisaties massief worden ingezet. Hele  organisaties gaan op de schop. De ellende is vaak niet te overzien. Het  menselijk kapitaal worden eerder afgewaardeerd, dan benut. Reorganisaties leiden
geregeld tot onzekerheid, verwarring en teleurstelling. Het duurt vaak heel  lang tot iedereen weer happy is met zijn functie en weer optimaal kan  functioneren.

Netwerken staat voor mij synoniem aan ontwikkelen.  Organiseren vraagt voortdurend aanpassen.

Aanjager

Deze definitie veronderstelt dat er iemand is die  het initiatief neemt voor het opzetten en realiseren van een netwerk. En dit  netwerk vervolgens ook onderhoudt. In de praktijk blijkt dit vaak zo te werken.  Er zijn genoeg verbanden die spontaan ontstaan, maar meestal is er een  initiatief te bespeuren bij een persoon. Het leuke is dat één persoon veel  teweeg kan brengen. Veel lokale en regionale initiatieven blijken vaak terug te
voeren tot één of enkele actieve en enthousiaste personen.

In mijn definitie zit nog iets opgesloten.  Namelijk dat netwerken aan kwaliteit wint, door personen of organisaties van   verschillende achtergronden  met elkaar  te verbinden. Onverwachte coalities blijken vaak een bron van nieuwe ideeën en  leuke initiatieven. Zelf ontwikkel ik graag samenwerking tussen overheid, bedrijven  en kennisinstellingen. Omdat de praktijk leert dat die samenwerking een solide  basis geeft voor innovatie.

Netwerken is in mijn optiek veel meer dan een  contact leggen tussen mensen, de manier waarom LinkedIn werkt.  Regelmatig  wordt een borrel drinken na een congres of een  conferentie aangeduid met netwerken. Dat is een armoedige definitie. Netwerken  verbind ik eerder  aan samenwerken. En  als iets dat zichzelf ontwikkelt. Maar alleen kan voortbestaan als mensen in  elkaar investeren. Verdieping zoeken in relaties, elkaar beter leren kennen en  de kracht van de ander ontdekken.

Netwerken is iets organisch. Organisaties hebben  te vaak een formele status gekregen en zijn doel op zich geworden. Zeker binnen  de overheid zie je dit geregeld terug. Van te voren wordt heel goed en lang  nagedacht hoe een organisatie van bijvoorbeeld een stuurgroep wordt opgezet. Om  hier  vervolgens weer heel moeilijk  afscheid van te kunnen nemen.

In een volgende column zal ik aangeven hoe  overheden kunnen samenwerken met bedrijven en kennisinstellingen. Daar liggen  grote kansen voor samenwerkende gemeenten. Vanuit een regionale samenwerking  zijn overheden kansrijke partners voor bedrijven en kennisinstellingen. Op  regionale schaal kunnen impulsen gegeven worden aan economische ontwikkeling.  Ontmoeting tussen partijen uit verschillende organisaties lijkt de kiem te zijn  van innovatie. Daarbij is het verrassend te zien dat technologische innovatie   niet losgezien kan worden van sociale innovatie. Daarover meer in mijn volgende  column.

Deze blog is gepost in Uncategorized. Bookmark de permalink. Volg alle reacties hier met de RSS feed voor dit blog. Plaats een reactie laat een trackback achter: Trackback URL.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Website by WoodandShoes