Regie op Energie

Met het besluit van het Kabinet om de gaskraan in Groningen dicht te draaien, komt er veel druk te liggen op de regio’s in het land. Immers, zij hebben de opdracht gekregen  regionale strategieën te ontwikkelen voor het opwekken van duurzame energie. Daarmee moet inhoud worden gegeven aan de noodzaak om over te schakelen van fossiele op duurzame energiebronnen. De vraag is of de regio’s erin slagen inhoud te geven aan de omslag die we gezamenlijk moeten maken. Ik heb mijn vraagtekens. Een pleidooi voor een actievere rol van de Rijksoverheid.

De inzet van regio’s juich ik overigens toe. In de regio ontmoeten partijen elkaar die besluiten kunnen nemen die passen bij de omgeving, de mensen en de cultuur van een gebied. Maar de vraag is of de regio’s niet te veel op hun nek krijgen met deze operatie.

Drie redenen om in te zetten op een actievere rol van de Rijksoverheid:

1. Lokaal verzet – ik constateer dat er lokaal veel weerstand is tegen initiatieven voor nieuwe vormen van energie. Menig windmolenproject is gesneuveld vanwege forse protesten van omwonenden. Burgers zijn serieus bevreesd dat ze ziek worden van het geluid van windmolens en de slagzijde die de wieken veroorzaken. Het valt mij daarbij op dat plannen van tafel gaan, zonder dat de noodzaak wordt ingezien een alternatief te bieden. Alsof het om vrijblijvende ideeën gaat. Schijnbaar lukt het lokale bestuurders onvoldoende mensen ervan te doordringen dat we ergens pijn moeten lijden om van het gas af te komen. De centrale overheid zal vaker en duidelijker de urgentie duidelijk moeten maken van de transitie die we moeten doormaken. Dat is niet altijd leuk. Maar we willen wel allemaal een warm huis en een warme douche.

2. Gebrek aan samenwerking met ondernemers – regelmatig spreek ik met ondernemers die bezig zijn met de ontwikkeling van duurzame energie. Niet alleen grote energiebedrijven, maar ook MKB-bedrijven investeren bijvoorbeeld in de realisatie van waterstoftankstations. Ze hebben behoefte aan een actieve overheid die helpt om projecten te realiseren. Maar die hulp krijgen ze niet altijd. Menig ondernemer raakt gefrustreerd van lange procedures. Ook het voortijdig intrekken van subsidies werkt niet bevorderend, ‘to put it mildly’.  Van lokale overheden en ondernemers wordt verwacht dat ze strategische beslissingen durven te nemen die impact hebben voor lange tijd. De vraag is of dergelijke beslissingen bij lokale bestuurders gelegd kunnen worden, terwijl er nog zoveel onzekerheden zijn.

Ik besef hierbij dat we voorlopig nog een aantrekkelijk alternatief hebben voor gas uit eigen bodem, namelijk gas uit Rusland. De prijs hiervan is momenteel zo laag, dat het wel heel onaantrekkelijk is om te investeren in alternatieve energiebronnen. Zonder regulering van de aardgasprijs is het maar de vraag of de druk groot genoeg is voor spelers in de energiesector om te investeren in duurzame energie. Om nog maar niet te spreken over het feit dat de CO2 uitstoot van de opwek en benutting van Russisch gas fors hoger is dan winning van Gronings gas. Deze verhoging doet de winst van duurzame brandstoffen te niet.

3. Verrommeling – lokale initiatieven voor opwek van duurzame energie leiden tot forse ingrepen in het landschap. Door de initiatieven van 30 regio’s, dreigen overal plukjes windmolens te komen en worden op diverse plaatsen in het land zonnevelden aangelegd. De eerste bezwaren van ruimtelijke adviseurs worden al gehoord. Het Planbureau voor de Leefomgeving gaf in november 2019 een waarschuwing af dat ons landschap ingrijpend dreigt te worden veranderd. Omdat er geen centrale regie is, is de angst groot dat dit leidt tot verrommeling. We hebben in Nederland geen ruimtelijke ordening meer die op centraal niveau wordt ontwikkeld. De nieuwe omgevingswet moet ervoor zorgen dat ons landschap van hoge waarde blijft en moet voorkomen dat we nu ingrepen doen waar we spijt van krijgen. De vraag is of dat voldoende is.

Mijn conclusie is dat de rijksoverheid forse steun moet geven aan de regio’s die bezig zijn met de energietransitie. Communicatie, duidelijkheid over prijzen, hulp voor ondernemers en ruimtelijk beleid zijn nodig om marktpartijen en burgers te laten investeren in een duurzaam en mooi Nederland.

(*) met dank aan Hemmo Hemmes voor het tegenlezen van deze column

Ga terug

Copyright 2020 leerlink.net | privacy statement