Hoe vaak kijk jij tegen ruggen aan?
In mijn herinnering was het in 2011 dat een collega mij vroeg een bijeenkomst voor te zitten. Het was de afronding van een project dat gericht was op veiligheid van kinderen. Toenmalig Minister van Jeugd en Gezin Andre Rouvoet was te gast. Een kleine setting, redelijk informeel. Het was voor mij de eerste keer dat ik optrad als moderator. Het beviel goed. Veel andere opdrachten zouden volgen.
Het bracht mij bij verschillende organisaties waar ik diverse mensen leerde kennen: zorgverleners, boeren, ondernemers en bestuurders.
In de afgelopen vijftien jaar heb ik het genoegen gehad diverse bijeenkomsten te modereren en gesprekken te leiden. Het gekke is dat het leuk is om te doen, maar op het moment suprême de nodige spanning oplevert: je staat toch vaak voor een groep mensen die verwacht dat je alles in goede banen leidt. De goede vragen stellen, de tijd bewaken, het publiek betrekken en vooral ook zorgen voor de nodige ontspanning. Het komt allemaal samen in de rol van moderator.
Ik heb veel af kunnen kijken van andere dagvoorzitters. Nog steeds ben ik erg gecharmeerd van de setting van een Lagerhuisdebat. De codes hiervoor leerde ik van Gijs Weenink, die mij veel kneepjes van het vak bijbracht.
Zo vraag ik mensen altijd hun naam en functie als ze een vraag stellen of reageren op een inleider. Dat is heel prettig voor het gesprek in de zaal. Speeches moeten passen in acht minuten. Nog steeds een hele goede code. En natuurlijk nooit de microfoon uit handen geven.
In vijftien jaar modereren heb ik veel geleerd. Misschien wel de belangrijkste les: een goed gesprek begint niet met een goede vraag, maar met de manier waarop je een zaal inricht.
Wil je de zaal actief betrekken, zorg dan dat de aanwezigen in de gelegenheid zijn makkelijk mee te doen aan het gesprek.
Mijn advies is: voorkom dat mensen vooral tegen ruggen aankijken.
Veel organisatoren van events kiezen voor een, wat ik noem, klassieke opstelling: een podium aan de voorkant en rijtjes stoelen, opgebouwd naar achteren. Als bezoeker kijk je vooral tegen ruggen aan, terwijl je komt om een verhaal te horen van iemand die op het podium staat. En gek genoeg blijven de eerste rijen ook vaak leeg. Veel mensen voelen zich niet senang op de eerste rij.
Zet mensen in rijen achter elkaar, en je maakt van hen toeschouwers. Zet ze zo neer dat ze elkaar kunnen aankijken, en je maakt ze deelnemers.
Veel zalen hebben een vaste opstelling waardoor je nog maar weinig kunt aanpassen. Daarom adviseer ik geen bijeenkomsten te organiseren in een theater of collegezaal. Die zalen geven het idee dat je als bezoeker een programma krijgt voorgeschoteld of een lezing gaat volgen. Als moderator lukt het maar moeilijk om de zaal te activeren. Moet je maar eens opletten als iemand na een lezing de vraag stelt: “Wie heeft er een vraag”. En dan die ongemakkelijke stilte. Na grote aarzeling komt er iemand aarzelend met een vraag. Dat is niet wat je wilt bereiken.
Doe het anders. Adviseer je opdrachtgever een ruimte te zoeken waar hij of zij zelf de zaal in kan delen. Wil je dat mensen actief meedoen, moet je ze niet de hele bijeenkomst tegen ruggen aan laten kijken.